Reststromen in de tuin

Een goed beheer van tuin- en landschapselementen zorgt voor reststromen van organisch materiaal. Vele eigenaars zitten hiermee verveeld of voeren dit af naar een groen- / containerpark in de buurt. Maar je kan heel wat zaken (her)gebruiken om zo een ecologische meerwaarde te creëren en transport te vermijden. Hieronder wordt een overzicht voorzien met enkele (creatieve) ideeën.



Terug naar overzicht
Delen

 

Reststromen in de tuin

Een goed beheer van tuin- en landschapselementen zorgt voor reststromen van organisch materiaal. Vele eigenaars zitten hiermee verveeld of voeren dit af naar een groen- / containerpark in de buurt. Maar je kan heel wat zaken (her)gebruiken om zo een ecologische meerwaarde te creëren en transport te vermijden. Hieronder wordt een overzicht voorzien met enkele (creatieve) ideeën.

Houtige materialen

Knotbomen, houtkanten en hagen zorgen periodiek voor heel wat biomassa. Vaak worden enkel de dikste takken en stammen geoogst als brandhout. De fijnere takken en twijgen kunnen echter ook een duurzame functie vervullen in de tuin. Het type en voornamelijk de diameter bepalen grotendeels de mogelijke toepassingen.

Houtsnippers

Vaak worden takken en fijn hout versnippert en gebruikt als bodembedekker. Hiervoor heb je een houthakselaar nodig die je kan aankopen of huren. Houtsnippers worden in een laag van max. 10 cm aangebracht om de bodem af te schermen van licht. Hierdoor zullen (on)kruiden en grassen niet of nauwelijks kiemen en spaar je heel wat onderhoudswerken uit.

Daarnaast zal de bodem minder snel uitdrogen en zullen insecten en schimmels de houtsnippers afbreken en omzetten tot mineralen en voedingsstoffen. Ideaal om te gebruiken in een border of rond een boom. Hou er rekening mee dat je enkel houtige snippers gebruikt en deze regelmatig moet aanvullen. Indien dit niet mogelijk is zal je net meer brandnetels, kleefkruid en distels krijgen door de extra verrijking van de bodem.

Alternatieven om houtsnippers te verwerken zijn het doormengen in compost of de aanleg van een ‘natuurlijk’ pad in of rond het perceel. Zelfs in de moestuin kunnen ze gebruikt worden als pad, bodembedekker of in combinatie met compost als bodemverbeteraar.

Takkenril

Een takkenril is een echte meerwaarde voor het leven in en rond de tuin. Door takken op elkaar te stapelen tussen enkele ‘palen’ kan je natuurlijke omheiningen maken. Deze vormen uitstekende schuilplaatsen voor tal van zoogdieren, vogels, insecten en zelfs amfibieën.

Takkenrillen worden aangelegd tijdens het najaar en winter wanneer de onderhoudswerken worden uitgevoerd. Het is belangrijk om een goede plek te kiezen, zo vermijd je enerzijds sleuren en slepen, anderzijds is het de bedoeling dat deze takkenrillen voor een langere periode blijven bestaan. Schimmels en insecten zullen langzaam de takken afbreken, een goede takkenril blijft best enkele jaren bestaan en kan via de bovenzijde aangevuld worden in de daaropvolgende jaren.

De diameter van de takken zal bepalen hoe snel deze worden afgebroken, het is aangeraden om onder de 15 cm diameter te blijven. De dikkere takken kunnen andere functies vervullen zoals: palen, brandhout, constructiemateriaal...

Naast tal van nuttige insecten en prachtige schimmels vinden ook egels, woel- en bosmuizen er een thuis. In de lente mag je dan weer heggenmussen, roodborstjes en winterkoninkjes verwachten opzoek naar voedsel en nestgelegenheid. Heb je een poel in de buurt? Dan is de kans groot dat padden, kikkers en salamanders onderin de takkenril komen overwinteren.

Plan van aanpak:

Sla enkele dikkere takken of palen in de grond of graaf deze in. De lengte van deze ‘palen’ bepaalt de hoogte van de takkenril en de afstand tussen de twee rijen de breedte. Gebruik je geen opstaande palen dan zal de takkenril uitzakken en steeds breder worden.

Kies dus verstandig in functie van de hoeveelheid hout en de hoogte of lengte  die je wil bereiken. Hoe korter de takken zijn, hoe meer opstaande paaltjes je moet voorzien om het geheel op zijn plaats te houden.

Tip: Zorg dat je enkele stevige takken op het einde bovenaan kan stapelen. Deze houden de fijnere takken netjes in de takkenril en duwen het geheel goed aan.

© RLZH
Vlechtwerk

Heb je geen plaats voor een takkenril of wil je strakkere omheining? Dan kan je een vlechtwerk maken, dit kost meer tijd maar de mogelijkheden zijn eindeloos. Hiervoor gebruik je best de dunnere en flexibele takken en twijgen. Traditioneel worden hier ‘wilgentenen’ voor gebruikt. Dit zijn één- of tweejarige wilgentakken die van knotbomen geoogst worden.

Het vlechten is erg eenvoudig, je plaatst opstaande paaltjes waartussen je de wilgentenen overlangs gaat vlechten. Dit is een tijdsintensieve klus die veelal in de winter of het vroege voorjaar wordt uitgevoerd. De wilgentenen zijn na de oogst erg flexibel en drogen vervolgens verder uit.

Van compostbakken, wilgenschermen tot speel- en zitmateriaal. De levensduur van dergelijk vlechtwerk is eerder beperkt, zo kan je na een aantal jaar (knotcyclus van de wilg) terug aan de slag. Heb je meerdere knotbomen dan kan je ze alternerend knotten en heb je elk jaar vers en buigzaam materiaal! Voor de echte creatieveling zijn er tal van decoratieve voorbeelden online te vinden gaande van kerstversiering tot vogelhuisjes.

Tip: Gebruik je dikkere wilgentakken als opstaande paaltjes. Dan verwijder je best de schors aan de onderzijde, anders gaan deze wortels maken en uitgroeien tot een wilg. De schors bevat immers auxine, een plantenhormoon die wortelgroei stimuleert.

Wilgenhutten, wilgenzitbank en wilgengangen

Heb je nog wat vrije ruimte in de tuin dan kan je met deze (en nog veel meer) voorbeelden een creatieve en natuurlijke invulling geven. Een natuurlijk kasteel, een zitbank of zoveel meer kan je goedkoop zelf maken. Door wilgentakken in de grond te plaatsen komen er in het voorjaar scheuten die voor een groen en schaduwrijk effect zorgen.

Groene materialen

Composteren

Thuis composteren is al lang en goed ingeburgerd in Vlaanderen. Om reststromen van kleinere tuinen te verwerken is een compostvat reeds voldoende. Grotere percelen met veel hagen, houtkanten en graslanden zijn echter gebaat bij compostbakken of –hopen. Alles wat je zelf composteert hoef je niet af te voeren en je creëert kwalitatieve compost. Hieronder enkele basisregels en tips om efficiënt te composteren.

Door enkele compostbakken te gebruiken of de composthoop op te splitsen kan je vers materiaal makkelijker gescheiden houden van bijna rijpe compost. Er zijn heel wat compostbakken te verkrijgen in tuincentra maar even goed kan je zelf een bak in elkaar knutselen met paletten of via wilgenvlechtwerk.

Tips om efficiënt te composteren:

  • Gebruik twee of drie compostbakken zo kan je een doorschuifsysteem hanteren.
  • Plaats deze in de schaduw om uitdroging in de zomer te vermijden.
  • Zorg voor contact met de bodem, zo trek je (micro)organismen aan voor de afbraak.
  • Zorg voor een goede mix van nat (vers) materiaal én droog materiaal.
  • Verplaats de inhoud van de ene bak naar de andere (na 2 of 3 maand) om een luchtig mengsel te bekomen. Een lagere voorkant of opening vereenvoudigt het overscheppen.
  • Versnel het composteringsproces door een kleine hoeveelheid compost (met micro-organismen) aan het vers materiaal toe te voegen.
  • Snoeisel van laurier, taxus, haagbeuk hebben wat meer tijd nodig om volledig te composteren. Zorg voor voldoende aanvullend materiaal, vocht en luchtigheid. Zandige bodems kunnen ook de gevormde ‘grove’ compost uitstekend verdragen. Zo breng je meer structuur in de bodem.
  • Eierschalen, koffiedik, theezakjes en citrusvruchtenschillen (trager) mogen in de compostbak.

Tips om problemen in de compostbak te voorkomen:

  • Vermijd grote hoeveelheden grasmaaisel, dit verstikt en verzuurd het compostsysteem.
    Er komen rottingsgassen vrij die voor geurhinder zorgen en er vormt zich een slijmerige laag.
  • Vermijd vlees, vis en vette materialen dit trekt vliegen en ongedierte aan.
  • Bedek fruitresten onmiddellijk om minder (onschadelijke) fruitvliegen aan te trekken.
  • Een droge composthoop zal ‘stilvallen’, voeg natte resten toe of besproei met wat water.
  • Hondendrollen en kattenbakvulling zijn niet composteerbaar, vogel- of knaagdieruitwerpselen kan wel mits voldoende stro of houtkrullen aanwezig.
  • Kippen: dankbare eierleggende alleseters

Heb je voldoende ruimte en weet je geen blijf met jouw groenafval, grasmaaisel of voedselresten? Dan is het interessant om kippen te overwegen. Deze dieren zijn van nature scharrelaars en woelen continu  de bodem om. Ze zijn goedkoop in aankoop en onderhoud, daarnaast stellen ze geen grote eisen qua huisvesting en verzorging. Wanneer je in (een gedeelte van) de kippenren groenafval toevoegt zullen de kippen dit vanzelf deels opeten en vermengen. Taken die je bij een compostbak (deels) zelf moet uitvoeren kan je op die manier uitbesteden.

Ook hun eigen uitwerpselen en het strooisel zorgen voor een extra meerwaarde. De houtige structuren vormen verrijkingsmateriaal en houden het geheel luchtig. De groene materialen zijn een gevarieerde (gratis) voedselbron en zorgen voor vocht en verdichting. Geef de kippen tijd en ruimte om de afvalverwerking op zich te nemen. Te veel materiaal en kippen op een te kleine ruimte zorgt voor geuroverlast.

In het prille voorjaar kan je de bovenste laag (= rijke compost) afgraven tot op het originele niveau en verwerken of stockeren in de tuin. Door elk jaar een nieuwe cyclus op te starten blijft de kippenren op hetzelfde niveau en kan er heel wat groenafval doorheen het groeiseizoen toegevoegd worden. Een aangenaam bijproduct van deze composteringsmethode zijn verse scharreleieren.

Tips voor een gezond composteringsteam:

  • Minder kippen betekent meer ruimte per dier. (Een 3-tal kippen per doorsnee gezin)
  • Voorzie een hok die beschutting biedt en die makkelijk toegankelijk is om eieren te rapen en onderhoud uit te voeren.
  • Kies je voor kleinere, lichte rassen, zorg dat ze gekortwiekt zijn om een slagveld in jouw (moes)tuin of die van de buren te vermijden.
  • Met een volle voeder- en drinkbak kunnen kippen gerust enkele dagen alleen thuis blijven. Voor langere vakantieperiodes schakel je best een buur of familielid in voor de verzorging.

Slib en plantenresten uit de poel

Slib bevat vaak veel organische stof en fosfaat. Het slib kan dus gebruikt worden als meststof of bodemverbeteraar. Ideaal om in de moestuin in te werken. Laat slib en plantenresten tijdelijk uitlekken aan de randen van de poel, zo kunnen waterorganismen terugkeren naar de poel. Gebruik een zeil of plastic om het slib nadien makkelijk te verplaatsen.

Na het uitlekken is het beter om het slib te verwerken. Indien het ter plaatse blijft liggen zal de verrijking van de bodem de groei van snelgroeiende en stikstof minnende organismen stimuleren. Hierdoor woekeren bepaalde plantensoorten en moet je op termijn meer maaien en vaker onderhoud uitvoeren.

Je kan slib ook mengen met zand of inwerken in arme bodems. Gebruik nooit zuiver slib in bloembakken of teeltbedden aangezien slib uitdroogt aan de bovenzijde en een ondoordringbare laag vormt wat nefast is voor plantengroei. Slib kan je ook vermengen met groenafval of ruwe compost om een luchtig geheel te bekomen. Dit mengsel kan je in de (moes)tuin gebruiken als bodemverbeteraar.

Houtassen

Houtas kan je gebruiken voor alle planten, groenten en fruit (behalve zuur minnende soorten). Strooi de as in een dun laagje uit, best voor een regenbui in het groeiseizoen. Te veel as zorgt ervoor dat planten zullen ‘verbranden’. Heb je veel as beschikbaar (in de winter), meng dit gerust onder het compost. Op die manier breng je extra kalium, calcium en spoorelementen in het compost.

Dit project werd mogelijk gemaakt met de steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.