eDNA-onderzoek naar populatie van de kamsalamander

eDNA-onderzoek (environmental DNA) is een methode waarbij we via waterstalen DNA-sporen opsporen (van huidcellen of uitwerpselen) die dieren achterlaten in hun omgeving. Zo kunnen we soorten helpen detecteren zonder ze te verstoren—zelfs wanneer er maar één exemplaar aanwezig is. Wij passen de methode toe voor de kamsalamander: een Europees, Vlaams en Provinciaal beschermde soort.



Delen
Kamsalamander
©

De kamsalamander

De kamsalamander leeft in riviervalleien en heeft zowel water als land nodig. Voor de voortplanting gebruikt hij zonnige poelen met een geleidelijke oever, waterplanten en open plekken, liefst meerdere dicht bij elkaar. De rest van het jaar leeft hij op het land, in een gevarieerd landschap met houtkanten, bossen en struiken.

Ook in het Meetjesland komt deze soort voor. De populatie wordt er in het voorjaar opgevolgd via tellingen in poelen, in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos. Om de soort te helpen, worden nieuwe poelen aangelegd zodat het leefgebied groter en beter verbonden wordt.

De kamsalamander is niet alleen een Provinciaal Prioritaire Soort, maar ook Vlaams en Europees beschermd.

eDNA-stalen verzamelen in de poel
©

eDNA-onderzoek

eDNA (environmental DNA) is een methode waarbij we via waterstalen DNA-sporen opsporen (van huidcellen of uitwerpselen) die dieren achterlaten in hun omgeving. Zo kunnen we soorten helpen detecteren zonder ze te verstoren—zelfs wanneer er maar één kamsalamander aanwezig is.
 
De voorbije weken verzamelden wij waterstalen voor eDNA-onderzoek, vlak vóór we salamanders afvingen met fuiken. Door onze vangsten te vergelijken met de eDNA-resultaten (geanalyseerd door het INBO - Instituut Natuur- en Bosonderzoek), ondersteunen we actief het onderzoek naar de kamsalamander. Door beide methoden te combineren, kan het INBO - Instituut Natuur- en Bosonderzoek steeds beter inschatten hoeveel kamsalamanders in een poel aanwezig zijn.
 
Om kamsalamanders verantwoord te herintroduceren, onderzoekt het INBO welke populaties groot én genetisch divers genoeg zijn om als geschikte bronpopulaties te dienen (via ander DNA-onderzoek dan eDNA).