Help de vogels door de winter en tel mee tijdens Het Grote Vogelweekend

Door tijdens het Grote Vogelweekend op 24 en 25 januari vogels te tellen en je tuin in de winter van energierijk voer te voorzien, help je tuinvogels de koude maanden door en draag je bij aan belangrijk onderzoek.



Delen

Het weekend van 24 en 25 januari is het opnieuw Het Grote Vogelweekend, het jaarlijkse moment waarop we de vogels in onze tuin of balkon tellen. Vijftien minuten aandachtig kijken volstaat om waardevolle gegevens te verzamelen over onze tuinvogels. Maar wie wil dat het hele weekend, én de winter, een succes wordt voor de gevleugelde bezoekers, kan best iets meer doen dan alleen tellen.

De winter is namelijk een uitdagende periode voor veel vogelsoorten. Terwijl wij binnen beschutting zoeken tegen de kou en de langere nachten, moeten vogels buiten elke dag opnieuw voldoende energie bijeen schrapen om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Die ligt bij de meeste soorten rond 40 à 41 °C,  flink hoger dan bij mensen. Kleine soorten, zoals de winterkoning, moeten daardoor enorm veel energie verbruiken om warm te blijven. En net dát is in de winter vaak schaars: insecten verdwijnen, bessen zijn geplukt en zaden raken op of worden bedolven.

Waarom voederen zo belangrijk wordt

Het gebrek aan natuurlijk voedsel maakt dat vogels tijdens de wintermaanden almaar vaker afhankelijk worden van wat ze in tuinen kunnen vinden. Een goed ingerichte voederplaats kan het verschil maken tussen overleven en verzwakken. Bovendien biedt ze jou de kans om een verrassend diverse waaier aan soorten van dichtbij te zien: ideaal voor wie wil meedoen aan het Vogelweekend.

Kies slim: soorten voer en wat ze aantrekken

Het aanbod vogelvoer is tegenwoordig uitgebreid: zonnebloempitten, gemengde zaden, zonnebloemkernen, gierst, haver, gebroken maïs, vetbollen …

Belangrijk is dat het voer olierijk en dus calorierijk is. Zeker bij vriestemperaturen zijn vetbollen een efficiënte energiebron. Andere mengelingen trekken dan weer specifieke soorten aan:

  • Zonnebloempitten lokken mezen, vinken en groenlingen.

  • Grondvoer zoals maïs en haver doet vooral vinken en duiven landen.

  • Voedersilo’s met fijne zaden worden graag bezocht door mezen en sijsjes.

Zo maak je van je tuin een toevluchtsoord

  • Voeder op verschillende plaatsen en hoogtes: grondeters zoals vinken houden van lage plekken, terwijl mezen liever hoger foerageren.

  • Werk met voedersilo’s en vermijd plastic netjes rond vetbollen.

  • Kies locaties dicht bij struiken of bomen, zodat vogels snel kunnen schuilen.

  • Bied regelmatig kleine porties aan om schimmel te voorkomen.

  • Probeer ook eens havermout, rozijnen of bevroren fruit als extraatje.

  • Vermijd zout voedsel, dat schadelijk kan zijn.

Klaar voor het telweekend

Met een goed uitgebouwde voederplek verhoog je niet alleen de overlevingskansen van tal van vogelsoorten, je maakt het voor jezelf ook een pak leuker tijdens het tellen. Hoe aantrekkelijker je tuin, hoe groter de kans op een indrukwekkende lijst soorten tijdens het Grote Vogelweekend van 24 en 25 januari.

 

© Natuurpunt
© Vink
© Putter
© Pimpelmees
© Winterkoning