Studie toont: Sinusmaaien bevordert biodiversiteit van bijen en vlinders in graslanden

Onderzoekers in Vlaanderen hebben onderzocht hoe verschillende maaipatronen in graslanden invloed hebben op bestuivers zoals bijen en vlinders.



Lente

Seizoen
Delen

Onderzoekers in Vlaanderen hebben onderzocht hoe verschillende maaipatronen in graslanden invloed hebben op bestuivers zoals bijen en vlinders. Traditioneel wordt gras vaak in grote rechthoekige blokken gemaaid (“blokmaaien”), waarbij telkens een stuk ongemaaid blijft. In deze studie werd dat vergeleken met een nieuw systeem: “sinusmaaien”, waarbij in golvende, gebogen lijnen wordt gemaaid. Daardoor ontstaat een meer verspreid patroon van gemaaide en ongemaaide stukken. (“Science for Environment Policy”: European Commission DG Environment News Alert Service, edited by SCU, The University of the West of England, Bristol.)

De onderzoekers volgden gedurende drie jaar zes paren graslanden in Vlaanderen en telden daar bloemen, bijen en vlinders. Ze registreerden meer dan 6.800 bijen en bijna 5.000 vlinders.

Belangrijkste resultaten

  • In het eerste jaar was er weinig verschil tussen beide maaivormen.
  • Vanaf het tweede jaar deden graslanden met sinusmaaien het duidelijk beter:
    • meer bijen en vlinders,
    • grotere soortenrijkdom,
    • hogere biodiversiteit.
  • Vooral gespecialiseerde graslandsoorten profiteerden van de gevarieerdere structuur.
  • Het systeem lijkt dus snel positieve effecten te hebben, al binnen 2 à 3 jaar.

Waarom werkt sinusmaaien beter?

Door de afwisseling van gemaaide en ongemaaide zones blijven er voortdurend:

  • bloemen beschikbaar als voedselbron,
  • schuilplaatsen en nestplekken behouden,
  • verschillende microhabitats aanwezig.

Dat maakt het grasland aantrekkelijker voor bestuivers.

Waarom is dit belangrijk?

Permanente graslanden beslaan ongeveer een derde van de landbouwgrond in de EU, maar veel van deze habitats verkeren in slechte staat. Tegelijk nemen bestuivende insecten sterk af. Omdat wilde bestuivers cruciaal zijn voor landbouwgewassen (zoals fruitbomen), kan beter graslandbeheer zowel natuur als landbouw helpen.

De onderzoekers pleiten daarom voor bredere toepassing van sinusmaaien in Europa.

Bron: Parmentier, L., Van Kerckvoorde, A., Couckuyt, J., van Calster, H., Smagghe, G., Haesaert,G. (2025) Sinus management: meandering mowing as a novel method to improve pollinator biodiversity and habitat heterogeneity in mesic grasslands. Agriculture, Ecosystems & Environment 382:109478 https://doi.org/10.1016/j.agee.2025.109478
 

Sinusbeheer
© Regionaal Landschap Meetjesland en Leievallei

Sinusbeheer

Sinusbeheer omvat het gebruik van grillige sinuspaden die bij elke maaibeurt elders liggen. Een sinuspad is een kronkelende, gemaaide strook van ongeveer 2 meter breed die door het perceel loopt. Er wordt gestreefd naar een standaard van 40% ongemaaide oppervlakte, wat zowel gunstig is voor hooiland- als insectenbeheer. 

Dit wordt bereikt door het centrale deel te verschralen en vegetatievariatie te bevorderen, waardoor er voldoende nectarbronnen ontstaan en er genoeg vegetatie overblijft voor het afzetten van eitjes. Een ‘sinuspad’ wordt eerst gemaaid, waarna na verloop van tijd alles aan de binnenkant van dit pad ook wordt gemaaid (het sinuspad wordt dan niet meer gemaaid). Afhankelijk van het aantal maaibeurten worden verschillende sinuspaden gemaaid, altijd op een andere locatie en tijd dan bij voorgaande maaibeurten.