Hoogstamboomgaarden zorgen voor een gevarieerd, kleinschalig landschap. Daarnaast leveren ze een winst voor de natuur, want ze vormen een bijzonder biotoop voor veel planten en dieren. En bovenal: ze leveren lekker fruit! Het Regionaal Landschap ondersteunt inwoners uit haar werkingsgebied bij de aanleg van een nieuwe hoogstamboomgaard of het beheer van oudere fruitbomen. Daarnaast organiseren we regelmatig kennismakingscursussen waarbij de deelnemers kennismaken met de basisprincipes van aanplant en snoei.
Wij kunnen jou helpen bij zowel het aanplanten als het herstellen van een hoogstamboomgaard.
Tot een flink stuk in de twintigste eeuw had iedere boerderij in onze streek een eigen boomgaard. De kleine hoogstamboomgaard maakte, net als knotbomenrijen en houtkanten, deel uit van het traditionele boerenlandschap. Een hoogstamboomgaard leverde zowel fruit op als gras en schaduw voor het vee. De fruitbomen stonden vlak bij de woning, op de huisweide. Om koeien of jongvee op de weide te houden, groeide er een meidoorn- of hulsthaag omheen.
Het assortiment fruitbomen werd bepaald door de smaak van de bewoners die er veel verschillende rassen in plantten en entten. Vaak ging het om streekeigen en zelfs plaatselijke variëteiten en variaties hierop.
Nu koop je de gewenste variëteit bij de kweker, maar vroeger werden de gewenste rassen vaak door de eigenaar zelf op een sterke, gezaaide onderstam geënt. De hoogstamvruchtbomen groeiden uit tot grote, sterke bomen die relatief weinig onderhoud nodig hebben. Kleinschalige fruitteelt was een nevenactiviteit en de opbrengst diende voor eigen gebruik. Soms werd er een deel van de pacht mee betaald.
Grote hoogstamboomgaarden met appel- en perenbomen kwamen in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook voor. Er werden, in tegenstelling tot de boerenboomgaard, vaak maar een paar rassen aangeplant. Het waren echte bedrijfsboomgaarden. De opbrengst, die vaak op stam werd verkocht, werd verhandeld naar grote steden en werd zelfs tot in het buitenland geëxporteerd. Vooral peren, in die tijd een belangrijke bron van zoetstof, waren in die tijd erg gegeerd. In Landegem, Waarschoot en Sleidinge werden Kraaiperen, Keizerinnen en Kriekperen op grote schaal gekweekt en verhandeld.
Rond 1950 verloor de hoogstamboomgaard haar belang voor de tuinbouw. Gewijzigd consumptiegedrag, intensivering en schaalvergroting hadden ook voor de fruitteelt grote gevolgen. In de jaren ’60 kreeg men zelfs een premie om hoogstamfruitbomen te rooien!
Vandaag wordt ons fruit geïmporteerd of gekweekt in grote laagstamboomgaarden. Daar wordt maar één ras gekweekt op moderne, kleine boomvormen die gemakkelijk te beheren zijn.
De laatste tijd neemt de belangstelling voor de hoogstamboomgaard terug toe. Liefhebbers planten opnieuw fruitbomen en hagen en dragen zo bij tot het behoud van dit unieke landschapselement. Het is een mooie en onderhoudsarme fruitboom voor tuinen en erven. Hoogstamfruitbomen zorgen voor het herstel van een gevarieerd, kleinschalig landschap. En ze leveren ook winst voor de natuur! Hoogstamboomgaarden vormen immers heel bijzondere biotopen waar vele soorten dieren en planten samenleven.