Hoogstamboomgaarden



Terug naar overzicht

 

Hoogstamboomgaarden

Hoogstamboomgaarden zorgen voor een gevarieerd, kleinschalig landschap. Daarnaast leveren ze een winst voor de natuur, want ze vormen een bijzonder biotoop voor veel planten en dieren. En bovenal: ze leveren lekker fruit! Het Regionaal Landschap ondersteunt inwoners van het Meetjesland bij de aanleg van een nieuwe hoogstamboomgaard of het beheer van oudere fruitbomen. Daarnaast organiseren we regelmatig kennismakingscursussen waarbij de deelnemers kennismaken met de basisprincipes van aanplant en snoei. 

Een nieuwe hoogstamboomgaard aanleggen of herstellen?

Wij kunnen jou helpen bij zowel het aanplanten als het herstellen van een hoogstamboomgaard.

  • onderzoeken subsidiemogelijkheden
  • uitwerking van voorstellen en plannen
  • advies bij aanplant en rassenkeuze van hoogstamboomgaarden
  • géén beheerwerken, tenzij het om achterstallig beheer gaat (herstel)
  • vraag en aanbod van fruit uit de boomgaard op elkaar afstemmen via www.goedgeplukt.be
  • NIEUW: de samenaankoopactie van Behaag je Tuin. Bestel voordelig je hoogstamfruitbomen tussen 1 september en 31 oktober via www.behaagjetuin.be

Beheer van een hoogstamboomgaard

Wij voeren geen beheerwerken uit van hoogstamboomgaarden, tenzij het om achterstallig beheer gaat. Als je bijvoorbeeld een oude hoogstamboomgaard wil herstellen, dan kunnen wij jou daar bij helpen. Het filmpje hieronder helpt je op weg. Meer info? Bekijk de beheerfiche over de vormsnoei van hoogstamfruitbomen.

Geschiedenis van hoogstamboomgaarden in ons landschap

Tot een flink stuk in de twintigste eeuw had iedere boerderij in onze streek een eigen boomgaard. De kleine hoogstamboomgaard maakte, net als knotbomenrijen en houtkanten, deel uit van het traditionele boerenlandschap. Een hoogstamboomgaard leverde zowel fruit op als gras en schaduw voor het vee. De fruitbomen stonden vlak bij de woning, op de huisweide. Om koeien of jongvee op de weide te houden, groeide er een meidoorn- of hulsthaag omheen.

Het assortiment fruitbomen werd bepaald door de smaak van de bewoners die er veel verschillende rassen in plantten en entten. Vaak ging het om streekeigen en zelfs plaatselijke variëteiten en variaties hierop.

Nu koop je de gewenste variëteit bij de kweker, maar vroeger werden de gewenste rassen vaak door de eigenaar zelf op een sterke, gezaaide onderstam geënt. De hoogstamvruchtbomen groeiden uit tot grote, sterke bomen die relatief weinig onderhoud nodig hebben. Kleinschalige fruitteelt was een nevenactiviteit en de opbrengst diende voor eigen gebruik. Soms werd er een deel van de pacht mee betaald.

Grote hoogstamboomgaarden met appel- en perenbomen kwamen in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook voor. Er werden, in tegenstelling tot de boerenboomgaard, vaak maar een paar rassen aangeplant. Het waren echte bedrijfsboomgaarden. De opbrengst, die vaak op stam werd verkocht, werd verhandeld naar grote steden en werd zelfs tot in het buitenland geëxporteerd. Vooral peren, in die tijd een belangrijke bron van zoetstof, waren in die tijd erg gegeerd. In Landegem, Waarschoot en Sleidinge werden Kraaiperen, Keizerinnen en Kriekperen op grote schaal gekweekt en verhandeld.  

Rond 1950 verloor de hoogstamboomgaard haar belang voor de tuinbouw. Gewijzigd consumptiegedrag, intensivering en schaalvergroting hadden ook voor de fruitteelt grote gevolgen. In de jaren ’60 kreeg men zelfs een premie om hoogstamfruitbomen te rooien!

Vandaag wordt ons fruit geïmporteerd of gekweekt in grote laagstamboomgaarden. Daar wordt maar één ras gekweekt op moderne, kleine boomvormen die gemakkelijk te beheren zijn. 

De laatste tijd neemt de belangstelling voor de hoogstamboomgaard terug toe. Liefhebbers planten opnieuw fruitbomen en hagen en dragen zo bij tot het behoud van dit unieke landschapselement. Het is een mooie en onderhoudsarme fruitboom voor tuinen en erven. Hoogstamfruitbomen zorgen voor het herstel van een gevarieerd, kleinschalig landschap. En ze leveren ook winst voor de natuur! Hoogstamboomgaarden vormen immers heel bijzondere biotopen waar vele soorten dieren en planten samenleven.

Heb je een vraag? Contacteer ons Download de beheerfiche Subsidies Beplant het Landschap bij aanplant

 

Subsidiemogelijkheden voor aanplant van hoogstamboomgaarden

Heb je interesse om een nieuwe hoogstamboomgaard aan te planten? Dan onderzoeken wij voor jou de subsidiemogelijkheden.

Beplant het Landschap

Onder het motto: ‘Oost-Vlaanderen Klimaatgezond!’ biedt de provincie Oost-Vlaanderen naast de projecten van Regionaal Landschap Meetjesland en Leievallei extra ondersteuning voor de aanplant van een houtkant, heg, bomenrij, hoogstamboomgaard of bos.

Houtige landschapselementen zorgen voor meer biodiversiteit en een gematigder microklimaat. Tegelijk hebben ze een erosiewerend effect, dragen ze bij aan het afremmen en vasthouden van hemelwater en halen ze koolstof uit de lucht. Redenen genoeg om ook een stukje klimaatbestendig landschap te planten.

De provincie Oost-Vlaanderen ondersteunt aanplantingen met een aanzienlijke impact op het landschap en staat in voor 80% van de kosten, of biedt gratis plantgoed aan als je zelf de handen uit de mouwen steekt. Interesse? Neem contact op met Regionaal Landschap Meetjesland. We bekijken met jou de mogelijkheden op maat en coördineren de uitvoering of levering in samenwerking met de provincie.

Welke aanplantingen komen in aanmerking?
Bijkomende houtkanten, heggen, bomenrijen en hoogstamboomgaarden:
  • minimum lengte 100 meter
  • of aaneensluitende aanplanting van minimum 200 stuks
  • hoogstambomen: minimum 12 stuks met een plantafstand van 8 à 10 meter
  • of als deel van een samenhangend open ruimtegebied (bv aaneensluitend valleigebied of bosrijke regio): ook kleinere landschapselementen komen dan in aanmerking
Bijkomend bos en bosomvorming:
Voorwaarden:
  • landschapselementen minimum 5 jaar laten uitgroeien (geen geschoren hagen, geen korte omloophout)
  • uitsluitend gebruik van inheemse soorten en zo veel mogelijk autochtoon genetisch materiaal
  • landschappelijke meerwaarde: private tuinen of erven zonder uitstraling naar het omliggend landschap komen niet in aanmerking

 

LANDSCHAPSBEHEER OP MAAT

Sinds een twintigtal jaar spannen we ons in om het karakteristieke landschap met haar kleine landschapselementen (KLE’s) in het Meetjesland te behouden en te versterken. Dit gebeurt onder meer dankzij het verlenen van subsidies voor aanplantingen en het graven van poelen. Maar planten en aanleg alleen volstaan niet.

Om een duurzame impact te hebben op het landschap en klimaat is optimaal beheer noodzakelijk om aanplanten gezond oud te laten worden. Bomen moeten gesnoeid, hagen geschoren, houtkanten afgezet, perceelsranden gemaaid, poelen geruimd en nestkasten gecontroleerd en gereinigd worden. Goed beheer is dus minstens even belangrijk, zo niet belangrijker!

Slecht beheerde landschapselementen worden vaak aanzien als een last die men liever kwijt is dan rijk en zijn in veel gevallen gedoemd om te verdwijnen… Vaak zetten eigenaars zich ijverig in om de realisaties te onderhouden en te beheren. Maar dikwijls weten ze niet goed hoe en/of wanneer ze aan de slag moeten. Soms wordt er zelfs helemaal niet beheerd en dreigen inspanningen en kosten tevergeefs geweest te zijn. Knotbomen scheuren uit, nestkasten vallen uit elkaar, toppen van hoogstammige bomen kraken af en poelen verlanden, dit hypothekeert uiteindelijk de verdere groei en ontwikkeling van ons landschap en onze natuur.

Ook op vlak van beheersovereenkomsten in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij leert de praktijk dat landbouwers problemen ervaren bij het beheren van de KLE’s. Zij hebben nood aan persoonlijke begeleiding en advies en gesprekken met de bedrijfsplanners. Zo ervaren ze bijvoorbeeld de periode tussen aanplant en start van een eventuele beheerovereenkomst als een drempel. Zo kan een knotbomenrij bijvoorbeeld pas na ongeveer 5 jaar na aanplant worden opgenomen in een beheerovereenkomst, maar in de periode ervoor is nauwkeuring onderhoud absoluut noodzakelijk om de knotbomenrij te laten in aanmerking komen voor een beheerovereenkomst. Daarnaast zijn bepaalde voorwaarden die gesteld worden dikwijls limiterend en geven een averechts effect.

Hoe gaan wij te werk?

Regionaal Landschap Meetjesland wil daarom een methodiek ontwikkelen waarbij we gericht particulieren en landbouwers stimuleren en ondersteunen in het onderhoud van hun KLE’s. We doen een bevraging naar de bereidheid om mee te werken en zullen proberen de meest voorkomende problemen vast te pinnen en hier oplossingen voor te bieden. Vervolgens maken we een analyse van de aanwezige KLE’s en formuleren we concrete beheermaatregelen op maat van de eigenaar.

Vandaag worden –onder meer door vzw RLM- al inspanningen geleverd om openbare besturen te ondersteunen. Zo wordt het LOB (Loket Onderhoud Buitengebied) verder uitgebouwd en worden samenwerkingen met gemeentebesturen en groendiensten uitgewerkt. Tal van realisaties gebeuren echter op privaat initiatief, aangezien zij ook een grote bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit, is ook hier beheer onontbeerlijk. Daarom wordt een aangepaste methodiek ontwikkeld, specifiek voor landbouwers en particulieren: LANDSCHAPSBEHEER OP MAAT.

Dit project werd mogelijk gemaakt met de steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.