Delen

 

Kievit

De kievit is met zijn zwarte kuifje dat golft in de wind en de schitterende regenboogkleuren op zijn zwarte vleugels een bekende mooie akker- en weidevogel. Wanneer je wandelt in de velden zie je ze vaak luid alarmerend opstijgen en acrobatische toeren uithalen in de lucht om zo je aandacht af te leiden van het nestje dat ze daar ergens op de grond hebben verstopt. Hij komt algemeen voor in Vlaanderen maar gaat de laatste jaren heel sterk achteruit doordat de kievit er amper nog in slaagt jongen succesvol groot te brengen. Dit komt door een daling in de beschikbaarheid van geschikt habitat door intensivering van de landbouw en toenemende droogte, maar ook door een dalend voedselaanbod en predatie. Indien er niet ingegrepen wordt zal de kievit (samen met tal van andere akker- en weidevogels), een icoon van het Vlaamse platteland, over enkele jaren grotendeels verdwenen zijn uit Vlaanderen.

Hoe helpt de kievit de landbouwer?

Eén exemplaar eet 800 tot 5000 (!) bodemdieren per dag (bron: Vogelbescherming Nederland) en zorgt door zijn territoriaal gedrag er ook voor dat dieren zoals bijvoorbeeld kraaien niet landen in de buurt van de gewassen. De kievit is op zich dus eigenlijk een handige gewasbeschermer.

Bedreigingen

  • Maaien: nesten worden platgereden, jongen komen in de machines terecht of worden zichtbaarder voor roofdieren, verminderd voedselaanbod doordat er minder insecten op gemaaide akkers zitten

Hoe kunnen wij de kievit helpen?

  • Nestbescherming: afzetten/markeren van het nest zodat dit tijdens de bewerking van het land zichtbaar is voor de landbouwer
  • Voorkom maai-slachtoffers met een wildredder. Deze geeft een auditief signaal, waardoor het aanwezige wild de tijd heeft om zich tijdig uit de voeten te maken. Deze wildredder kan je bijvoorbeeld op je tractor plaatsen bij het maaien.oorkom maai-slachtoffers met een wildredder. Deze geeft een auditief signaal, waardoor het aanwezige wild de tijd heeft om zich tijdig uit de voeten te maken. Deze wildredder kan je bijvoorbeeld op je tractor plaatsen bij het maaien.
  • Pas je maaisnelheid aan: door je maaisnelheid aan te passen, kan je heel wat levens sparen. Je geeft dieren de kans om tijdig weg te vluchten.
  • Vernatten van het perceel: plas-dras weides creëren door waterafvoer te beperken, hierdoor warmt ook de bodem minder snel op en krijgen ook kruidachtige planten een kans om te groeien.
  • Mozaïekbeheer: maai niet alle stukken tegelijk maar maai op twee tijdstippen. Door een deel van het areaal later te maaien geef je kruiden kans om te bloeien, kunnen weidevogels de sloot oversteken naar een veilige schuilplaats en blijft er meer voedsel voor insecten (en dus vogels) in het gebied.
  • Maai van binnen naar buiten of in zigzag: de kuikens kunnen zo makkelijker naar de rand vluchten of naar een naast gelegen perceel waar niet wordt gemaaid.
  • Aanleg van kievitakkers: een plek waar het land niet bewerkt wordt van +- 2 ha. Enkel een lichte voorbewerking om de grasgroei te remmen is toegestaan.
  • Inzaaien van bloemenranden: dit biedt beschutting voor jonge (akker)vogels en meer diversiteit onder insecten. Voor de landbouwer biedt een versterkte aanwezigheid van natuurlijke vijanden voor een onderdrukking van insectenplaagsoorten.
  • Inzaaien van rolklaver: dit biedt beschutting voor jonge (akker)vogels en meer diversiteit onder insecten. Voor de landbouwer zijn stikstoffixatie en eiwitrijk veevoer grote voordelen.

Mogelijke acties staan beschreven in de folder 'Blij in de Wei: steunmaatregelen voor de kievit'. Word jij een sterrenboer?

Heb je een vraag? Contacteer ons Download de folder Blij in de Wei

Overzicht van vergoedingen

Als Regionaal Landschap beseffen wij heel goed dat een samenwerking voor de landbouwer ook economisch interessant moet zijn en niet enkel afhankelijk mag zijn van pure goodwill van de landbouwer. Wanneer de financiële druk wegvalt, heeft een landbouwer meer tijd om landschapsherstel met de bedrijfsvoering te verzoenen. Om de populaties van natuurlijke plaagbestrijders in balans te brengen en andere diersoorten te beschermen kunnen landbouwers daarom bij enkele concrete maatregelen rekenen op een vergoeding.

Wildreddend maaien: de maairichting aanpassen

Wildreddend maaien zorgt niet alleen voor het redden van dierenlevens, het helpt ook om de kans op botulisme door besmet diervoeder te verkleinen. Een landbouwer die wildreddend maait, ontvangt hiervoor 50 euro subsidie. De maairichting aanpassen is een noodzakelijke voorwaarde. De wildredder gebruiken en de maaisnelheid aanpassen zijn echter geen noodzakelijke voorwaarden om de subsidie te ontvangen, maar wel sterk aanbevolen. 

 

1. Maai heen en terug, zodat dieren niet naar binnen worden gedreven.

2. Maai weg van de straat, zodat dieren naar aangrenzende graanranden of akkers kunnen vluchten.

3. Of maai in een cirkel van binnenuit.

4. Maai NOOIT van buiten naar binnen.

Nestbescherming voor (akker)vogels

Voor akkervogels zoals de kievit worden extra maatregelen getroffen. Een landbouwer die helpt om een nest te beschermen, ontvang hiervoor 50 euro subsidie. 

We gaan daarbij als volgt te werk:

  1. Het nest wordt opgespoord: hiervoor maken we gebruik van onze eigen drone. Wanneer je op een bepaalde locatie regelmatig kieviten spot, contacteer je ons. Met een drone die warmte kan detecteren, bepalen we de exacte nestplaats. Goed om weten: kieviten keren vaak naar dezelfde nestplaats terug!
  2. De nestplaats wordt afgebakend met stokken in een zone van 3 x 3 meter
  3. Het afgebakend gebied wordt bespaard van grondbewerkingen tot na de broedperiode van de vogel
  4. De vergoeding van 50 euro voor de landbouwer is onafhankelijk van het slagen van het nest
  5. Deze maatregelen gelden niet alleen voor de kievit, maar ook voor andere (akker)vogels en bijvoorbeeld reekitsen

Beheerovereenkomst: Rolklaver inzaaien

Rolklaver is is een lage bloeiende vegetatie en een waardplant voor veel insecten, waaronder solitaire bijen en het Icarusblauwtje. Voor kieviten biedt rolklaver onder meer beschutting. Het voordeel voor de landbouwer zit hem in stikstoffixatie. Dit is een biochemisch proces waarbij stikstofgas uit de lucht (N2) omgezet wordt in stikstofhoudende verbindingen die kunnen worden opgenomen door de plant (NH3). Andere planten kunnen met andere woorden mee profiteren van de gebonden stikstof.

Landbouwers die rolklaver inzaaien kunnen een subsidie ontvangen van 1600 euro/ha. Ook het zaaigoed krijgen ze gratis wanneer dit op tijd bij ons wordt aangevraagd. Rolklaver dient ingezaaid te worden in het najaar, dit zorgt voor een ideale broedplek voor kieviten in het voorjaar (indien de akker niet meer wordt bewerkt uiteraard). Rolklaver biedt voedsel voor vee: er kunnen 2 à 3 snedes afgehaald worden na de broedperiode van de kievit.

 Beheerovereenkomst: Bloemenranden

Een bloemenrand is een ideale vluchtstrook voor kuikens. Het zaad biedt voeding aan verschillende soorten akkervogels. Bovendien geeft een bloemenrand een boost aan de diversiteit van insecten en trekt deze natuurlijke predatoren (plaagbestrijders) aan. Voorbeelden van dergelijke natuurlijke plaagbestrijders zijn zweefvliegen, gaasvliegen, bronswespen, soldaatjes, bloemenwantsen, roofvliegen, loop- en kortschildkevers... Verschillende van deze plaagbestrijders eten bladluizen waardoor de economische drempel om terug te grijpen naar chemische middelen, minder snel of niet overschreden wordt. Dit heeft als gevolg dat de landbouwer minder (of zelfs niet) moet investeren in insecticiden en zo geld kan uitsparen.

Landbouwers die een bloemenrand inzaaien kunnen een subsidie ontvangen van 1772 euro/ha. Ook het zaaigoed krijgen ze gratis wanneer dit op tijd bij ons wordt aangevraagd.

 

Het project Geïntegreerd Faunaplan

Het platteland kan heel wat ecosysteemdiensten leveren. De meest gekende ecosysteemdiensten zijn bestuiving en natuurlijke plaagbeheersing. De soorten die deze diensten leveren, helpen bij de beheersing van ziektes en plagen en het bestuiven van heel wat gewassen en planten. We zoeken naar win–winsituaties voor een duurzaam platteland via de uitwerking van een geïntegreerd faunaplan.

Daarnaast krijgt het platteland te kampen met opportunistische soorten (bladluizen, everzwijnen, ganzen, kraaiachtigen, duiven…) die zich aan de nieuwe landbouwlandschappen en technieken hebben aangepast en zo vaak ongewenste gasten worden voor bepaalde doelgroepen (onder meer  de tuin- en landbouwsector) op het platteland. Dit in combinatie met de achteruitgang van de biodiversiteit op het platteland zorgt ervoor dat de ecosysteemdiensten afnemen.

Er zijn heel wat benaderingen bij het werken aan ecosysteemdiensten waarbij men vertrekt vanuit een individuele benadering van soorten of problemen. Bij dit project werken we aan een geïntegreerde aanpak op gebiedsniveau waarbij we een plan uitwerken om een evenwicht te vinden tussen gewenste en ongewenste soorten. Die aanpak stemmen we af op de diverse doelgroepen die op het platteland wonen en werken.

Focussoorten

1. Kievit

Zie boven.

2. Kraaiachtigen

Kraaiachtigen zijn bewoners van het halfopen landschap en floreren daar ook. Een kraai is een slim dier en een alleseter en hij staat bij veel mensen bekend als een echte opportunist die heel wat schade kan veroorzaken aan gewassen, jong kleinvee of zelfs voedselopslagplaatsen. De kraai is een sociaal dier: er zijn koppels met een vast territorium en variabele groepen van dieren zonder territorium. De koppels verdedigen hun territorium steevast tegen andere dieren. Wanneer een territorium vrij valt zal het worden ingenomen door meerdere nieuwe dieren.

3. Reekalfjes

Opsporen van reekalfjes in maaigebieden zodat deze tijdig gedetecteerd worden. Zo vermijden we onnodige slachtoffers en botulisme bij vee die de gewassen als voedsel voorgeschoteld kregen.

4. Duiven

In de stad of in het groen, duiven duiken overal op. De noemer duif telt vele soorten. De houtduif, de Turkse tortel, de stadsduif en de holenduif zijn daarvan de belangrijkste vertegenwoordigers. Een koppel stadsduiven kan tot 16 jongen per jaar voortbrengen, hun populatie groeit dus erg snel. Ook in landbouwgebieden kunnen duiven voor problemen zorgen. Een duif heeft niet veel nodig. Ze eten bessen, zaden, plantonderdelen en resten van dieren- of mensenvoeding. Ze heeft voldoende aan een hoge schuilplaats om te nestelen of te slapen.

Meer informatie over het project Geïntegreerd Faunaplan? Contacteer onze medewerker natuur, Hélène Quidé of Lars Dekeyser.

Dit project werd mogelijk gemaakt met de steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.

© Ludo Goossens