Een ijskelder is een ondergrondse ruimte waar men vroeger ijs bewaarde, lang vóór de uitvinding van de koelkast. In de winter werd ijs uit vijvers gehakt en in de kelder opgeslagen, zodat het tot diep in de zomer gebruikt kon worden.
Tot een flink stuk in de twintigste eeuw leefden mensen zonder koelkast of diepvries. Toch wilden ook zij hun voedsel langer bewaren en genieten van een verfrissend drankje tijdens warme zomerdagen. Maar hoe zorgde men ervoor dat ijs tot diep in de zomer beschikbaar bleef?
Het antwoord: de ijskelder.
In de winter werd ijs uit de kasteelvijver gezaagd en opgeslagen in de ijskelder. Dankzij de ingenieuze bouw bleef het ijs maandenlang bewaard. Zo konden mensen feestelijke diners organiseren of koele drankjes serveren, zonder zelf naar het hoge noorden te trekken.
Hoewel ijskelders vandaag vaak met voedselbewaring worden geassocieerd, was hun oorspronkelijke doel vooral het bewaren van natuurlijk ijs. Pas later werden ze soms ook gebruikt om bederfelijke producten langer te bewaren.
Een ijskelder is dus meer dan een stukje geschiedenis: het is een slimme, duurzame voorloper van onze moderne koelkast.
In de winter werd natuurlijk ijs uit vijvers of rivieren verzameld en opgeslagen in de ijskelder. Soms voerde men ijs aan vanuit het hoge noorden.
De ruimte was zorgvuldig geïsoleerd met dikke muren van baksteen of natuursteen en bedekt met een aarden heuvel om de temperatuur laag te houden. Dankzij deze slimme constructie bleef het ijs vaak tot diep in de zomer bewaard.
Halfronde of koepelvormige ondergrondse ruimte
Toegang via een gang met een deur bovenaan
Vaak in de buurt van een vijver of waterpartij, zodat er gemakkelijk ijs kon worden geoogst
Vandaag zijn veel ijskelders beschermd erfgoed. Ze tonen niet alleen de ingenieuze technieken die men vroeger gebruikte om voedsel en dranken koel te houden, maar geven ons ook een uniek inkijkje in het dagelijkse leven op kastelen en landgoederen in de 18e en 19e eeuw. De vorm van de kelder was afhankelijk van regionale bouwstijlen en ontwerpmethoden, zoals de tonvormige kelders of meer unieke structuren met schuine wanden.
Deze ijskelder maakt deel uit van het voormalige Kasteel van Astene, gelegen in een voormalig parklandschap met een bijzonder rijke geschiedenis.
Al vóór de bouw van het kasteel in 1855 bevond zich hier vermoedelijk een versterkte motte met walgracht, een opperhof en neerhof, en tuinen binnen een rechthoekige omwalling.
De nabijgelegen Campelaeredreef, aangelegd tussen 1775 en 1822, verbond het verdwenen kasteel van Astene met de hoeve Goed te Gampelaere. Vandaag vormt de lindedreef een groene hoofdstructuur in het nieuw aangeplante stadsbos.
Het kasteel zelf werd opgericht door A. de Kerchove de Denterghem en bewoond door leden van deze adellijke familie. Vermoedelijk uit diezelfde periode stamt ook de ijskelder, die samen met de vijver en de omwalling nog steeds herkenbaar aanwezig is in het landschap.
In 1928 verkocht de laatste adellijke bewoner, Sixtus Pierre Marie Ruffo de Bonneval (verwant aan koningin Fabiola), het domein aan de Gentse socialistische coöperatie Vooruit. Een jaar later werd het kasteel ingericht als Home Anseele, een preventorium voor patiënten met ademhalingsproblemen, vooral in het kader van de tuberculosebestrijding. Vanaf 1933 kwam het domein in handen van de socialistische mutualiteiten.
In 1991 werd het verouderde kasteel gesloopt en vervangen door zorgcentrum De Ceder, genoemd naar de imposante Libanonceder die nog steeds in het park te bewonderen is.
Vandaag herinneren de ijskelder, de vijver en delen van de oorspronkelijke omwalling ons nog steeds aan het rijke verleden van dit domein. Samen met Agentschap Natuur en Bos, Regionaal Landschap Meetjesland en Leievallei en Stad Deinze werd de ingang van de ijskelder op historisch verantwoorde wijze gerestaureerd. Bovendien kreeg de kelder een nieuwe functie als winterverblijfplaats voor vleermuizen. De uitvoering van de werken werd begeleid door het Agentschap Onroerend Erfgoed.